De Big Strip-tease

0
1178

Spandex en Superdaden op het witte doek

De tijd van de kleurrijke smurfendecors waar Adam West alias Batman zich in de jaren zestig doorheen knokte zijn definitief voorbij. Niet langer gehinderd door ragfijne draden die de superheld tegen de achtergrond van een blue screen moet laten rondvliegen en door de import van de Oosterse meesters heeft Hollywood de superheld herontdekt. We kunnen ons de komende jaren opmaken voor een voorlopig nog niet aflatende stroom aan grote en kleine producties rond personages met bovenmenselijke krachten.

Laten we er geen doekjes om winden. Een goed stripverhaal is al bijna een storyboard voor een film. In sprekende en expressieve afbeeldingen tonen tekenaars ons in een paar plaatjes een avontuur vol actie en dynamiek, in de rug gesteund door niet al te volle tekstballonnetjes. Bij de vertaling van de comic naar film vragen de ongebreidelde capriolen die de helden doorgaans uithalen aardig wat inzet van de special effects crew. Dat leverde in het verleden logische beperkingen op. Sinds de komst van verregaande animatietechnieken die worden losgepeuterd uit de toujours draaiende renderfarms lijkt daar definitief verandering in te zijn gekomen.
De mogelijkheden van CGI (Computer Generated Image) brengt oude projecten opnieuw onder de aandacht want de grenzen van weleer lijken verdwenen. Keken we in de jaren zeventig/tachtig in de televisieserie The Hulk nog naar het groen geschilderde bodybuilders lichaam van Lou Ferrigno, in Ang Lee’s komende Hulk komt de groene baas volledig uit de computer. En hoe! Daar durfden Bill Bixby en zijn crew in de jaren tachtig alleen maar van te dromen.

Cultureel profiel

De ‘superhero comic‘ is een cultuuruiting die voor het overgrote deel wordt bepaald door een fors en gevarieerd Amerikaans aanbod. Centraal in al deze strips staat het gegeven van grote daden die het menselijke vermogen overstijgen. In het verlengde van de huidige Amerikaanse politieke opstelling is het interessant dit fenomeen eens nader te belichten.
De superheld ademt de geest van de oude koloniale pionier die zich niets laat welgevallen, vecht voor zijn land en het woord ‘patriottisme’ schrijft met zijn eigen bloed. Vele helden knokten zich door de twintigste eeuw heen en ook nu nog geven ze blijk van een ‘weinig woorden veel daden’ mentaliteit. Die mentaliteit loopt als een rode draad door de Amerikaanse politieke geschiedenis van, met name, de tweede helft van de twintigste eeuw in hun rol van politieagent van de wereld. Het is niet vreemd dat er een superheld is met de naam Captain America die zijn oorspong vind in de Tweede Wereldoorlog en knokt tegen, wie anders dan, de Nazi’s. Comicschrijver Roy Thomas noemde hem later de held die in Uncle Sam’s ondergoed optrad.

De Roots

Het zal niet als een schok overkomen wanneer we hier melden dat de verfilming van superhelden niet iets specifieks van onze tijd is. Er is nu zeker sprake van een hausse maar ook in een ver verleden draafden helden zonder blaam op om te strijden voor recht en orde. Voor Superman kunnen dan al teruggaan tot 1941. Het waren getekende avonturen van de hand van Max en Dave Fleischer en het duurde tot 1948 voordat Kirk Alyn zich in het strakke pak van de Man van Staal stak voor de serial. De rol werd later overgenomen door George Reeves. De serie kende een grote populariteit maar een echte boost werd aan het superheldendom gegeven door Superman’s grote tegenhanger Batman in 1966. In volle en felle kleuren draafde Adam West op als Batman met Burt Ward alias Robin aan zijn zijde. Bijzonder aan de serie was dat de comic-achtergrond in tact gelaten werd door integratie van ‘slam bang boing’ teksten in beeld. Batman verwierf een cultstatus en nog steeds kunnen we ons vermaken met de flitsende zwarte Batmobile, het opzwepende openingsnummer van Nelson Riddle en de kartonnen haai die zo levenloos aan het been van Batman hangt wanneer hij in een helikopter probeert te klimmen. Vreemd was alleen dat de televisie Batman ver verwijderd was van zijn aartsvader in de comic. Van de duistere door smart en haat getergde vleermuisman was in de huiskamers van de jaren zestig niet veel meer over.
Het grote driemanschap van de superhelden kunnen we na Superman en Batman afronden met Spider-Man. Na een animatiereeks eind jaren zestig zag zijn eerste live action filmavontuur in 1978 het levenslicht. Het was acteur Nicholas Hammond die in The Amazing Spider-Man en Spider-Man Strikes Back met dikke witte touwen om zich heen schoot om bad guys te vangen die in een gemiddelde aflevering van The A-Team niet zouden misstaan.

De eerste echt grootschalige productie die een superheld als uitgangspunt nam was Richard Donner’s overweldigende Superman uit 1978. Het contrast met de wankele en knullige Spider-Man televisieproducties uit hetzelfde jaar kon niet groter zijn. Christopher Reeve werd wereldberoemd in het rood-blauwe pak en vloog onder begeleiding van een mooie soundtrack van John Williams in destijds prachtige maar nu gedateerde speciale effecten door het luchtruim. Reeve zou net als zijn voorganger George Reeves nooit meer loskomen uit de rol van Superman. Ook worden beide acteurs omgeven door tragedie. George Reeves pleegde als ongelukkig man in 1959 zelfmoord en Christopher Reeve belandde enige jaren geleden volledig verlamd in een rolstoel na de val van een paard.

Superman hield het nog enige films vol en kreeg met Dean Cain een aardige vertegenwoordiging in de tv-serie Lois en Clark en inmiddels met Tom Welling in Smallville.
In de loop der jaren hebben verschillende helden hun weg gevonden naar het bewegend beeld, meestal in animatieversies maar bijvoorbeeld voor Captain America waren er al live action versies in 1944, 1979 en 1991 die redelijk onopgemerkt aan ons voorbij zijn gegaan.
Een belangrijke hernieuwde impuls gaf Tim Burton met Batman in 1989. Michael Keaton stond mijlenver af van Adam West en wist zich krachtig ondersteunt door een ijzersterke vertolking van Jack Nicholson als The Joker. Naast de vervolgen op Batman, waarvan Burton’s eigen Batman Returns een absoluut hoogtepunt is, konden andere helden makkelijk meeliften op het succes. Zo flitste The Flash in 1990 in zijn rode pak door de straten, knalde Dolph Lundgren er in 1989 op los als The Punisher, reed de paarse Phantom in 1996 op zijn witte paard door de jungle met Catherine Zeta Jones achterop, verschool Alec Baldwin in 1994 zijn gezicht achter een masker voor The Shadow en zagen ook The Fantastic Four in 1994 hun eerste live action avontuur. Laatstgenoemde productie was alleen zo slecht dat hij nagenoeg niet in roulatie is gebracht en door heel weinigen is gezien.

De Ubermensch

Vanuit psychologisch oogpunt is de comicheld een interessant fenomeen. Feitelijk is hij/zij de projectie van onze eigen tekortkomingen in een personage dat een sterk gevoel voor recht en orde koppelt aan bovenmenselijke vermogens en krachten. De held is een ‘übermensch’ die van een aanvankelijke handicap en of mutatie een deugd weet te maken, zich vervolgens in een strak kleurrijk pakje hijst en erop los mept tegen megalomane vijanden. Een vorm van schizofrenie is hen doorgaans niet vreemd want ze bedienen zich vrijwel allemaal van een alter ego dat haaks staat op de heldenstatus. Die alter ego’s zijn broodnodig omdat ze een verklaring geven voor het hoe en waarom van de held en vooral de beweegredenen onderstrepen waarom hij/zij zich in zo’n pakje hijst en een schijnbaar eeuwige kruistocht tegen het kwaad wil gaan voeren.
In aansluiting hierop is interessant te zien dat het comicdom van superhelden vooral een Amerikaans larger than life fenomeen is. De buitengewone krachten van de held worden doorgetrokken in een futuristische uitvoering van de sterke zwart wit tekening van goed en kwaad die we ook zien in de dat andere Amerikaanse cultuurfenomeen, de western.
De meest menselijke van de Amerikaanse superhelden is dan ook een soort van moderne cowboy, een zwijgzame en verbitterde wreker namens Frank Castle alias The Punisher. Castle is een gewone man zonder bijzondere gaven die zijn intense haat inzet tegen het kwaad en het recht laat zegevieren door veel kogels en kruitdamp. The Punisher zweeft feitelijk ergens tussen Batman en de zwijgzame sigarenrokende gunslingers uit de spaghettiwesterns.

In de loop der jaren van de twintigste eeuw gaat de scheiding van goed en kwaad bij de superhelden zich minder sterk aftekenen en krijgen ook zij hun donkere kanten. Uiteindelijk ontspruiten er zelfs duistere creaturen die nog maar net op het randje van de goedheid balanceren en een voortdurende strijd tegen zichzelf voeren om op het rechte pad te blijven. Spawn, Witchblade, The Crow, Hellboy en Ghost Rider steken sterk af tegen het bijna gladde image van Superman maar in mindere mate van Batman die toch al enigszins een creatuur van de nacht was. Toch is het overgrote deel van de superhelden een karakter zonder blaam dat in de strijd voor recht en orde niet geïnstitutionaliseerd geweld mag inzetten om zijn doel te bereiken. En dat is nu juist zo’n belangrijk fundament in de Amerikaanse samenleving. Michael Moore’s documentaire Bowling for Columbine toonde al dat het bezit en gebruik van een wapen wordt gerechtvaardigd door het ingebakken recht lijf, huis en haard zonodig met geweld te verdedigen.
Die verheerlijking, soms zelfs vergoddelijking, van geweld wordt in de comic gekoppeld aan een superieur fysiek voorkomen dat in een ver verlengde ligt van Klassieke en Renaissance schoonheidsidealen van de schone atletische gebouwde jongeling. Er bestaat een zekere overeenkomst met de propagandakunst van Nationaal-Socialistisch Duitsland en Stalinistisch Rusland waar ook dit soort fysieke superioriteit werd gepropageerd. Het verfijnde en edele schoonheidsideaal van contrapost en evenwichtigheid wordt doorbroken door onevenwichtig zwaar gebouwde en robuuste superatleten, superarbeiders en supersoldaten met brede kaken en stevige schouders. De gezonde geest in een gezond lichaam. In de comics zijn de helden ook buitensporig geproportioneerde atleten die een ideaalbeeld tentoonspreiden dat voor een doorsnee mens nooit haalbaar is. De superheld is een evolutionaire overtreffende trap in daden en voorkomen.

Superchicks

Een ander opvallend verschijnsel is de ondergeschikte rol van vrouwelijk helden. De meeste grote mannelijke helden kregen wel een vrouwelijk tegenhanger maar die groeiden nooit uit tot de orde van grootte waarop hun mannelijke collega’s konden bogen. Supergirl, Spider-Woman, Batgirl enz. werden eigenlijk alleen in het leven geroepen vanuit marketingtechnisch oogpunt om een nog grotere greep op de markt te krijgen. De enige twee die zich naast de comic nog aardig staande hebben kunnen houden in een live action uitvoering zijn Lynda Carter in haar rol van Wonder Woman (1976) en Michelle Pfeiffer als Catwoman in Batman Returns. Een eerdere poging door Cathy Lee Crosby in 1974 als Wonder Woman was jammerlijk geflopt. Catwoman gaat binnen afzienbare tijd ook weer terugkeren in een eigen film met mogelijk Nicole Kidman in de hoofdrol. Dames die ‘flopten’ waren Helen Slater als Supergirl in 1984 en Brigitte Nielsen in het diep trieste She-Hulk uit 1991. Toch zien we in de afgelopen jaren in de rollen van supervrouwen een sterkere positie ontstaan met Yancy Butler in Witchblade en in The X-Men met Jean Grey, Storm en Mystique. In het komende X-Men 2 wordt daar Kelly Hu als Lady Deathstrike aan toegevoegd. Jennifer Garner kan door haar krachtige rol van Elektra in Daredevil inmiddels ook rekenen op een eigen film. En voor Wonder Woman zijn de voorbereidingen in volle gang.

Yellow Spandex?

Na de eerste impuls die met de Batman films in de jaren negentig de weg vrijmaakte voor een hernieuwde kennismaking met oude bekenden was het Brian Singers The X-Men dat in 2000 een ware storm veroorzaakte. De superheld stond opnieuw op de kaart en The X-Men toonde de grenzeloze mogelijkheden van de computer. Oude projecten werden van de plank gehaald. Zo verkeerde Spider-Man al jaren in ‘production hell’ met Michael Biehn in de titelrol en James Cameron op regie. Onder Sam Raimi kwam alles meer dan goed en het overweldigende succes werkte wederom als katalysator op een reeks nieuwe projecten.

De vrijheden die de filmmakers nemen in de adaptatie van de helden is groter dan voorheen. Ze lijken niet meer vast te zitten aan het beeld uit de comic en niet meer per definitie te streven naar het uiterlijk van de helden in de comic. De kleurrijke pakjes worden in de film aangepast. Een gewaagde maar verantwoorde keuze omdat veel van de uitzinnige en bijzonder kleurige kostuums wel werken op een getekende pagina maar in mindere mate op film. Striptaal in nu eenmaal geen filmtaal en beelden die in de strip krachtig en spetterend werken komen op het doek toch wat kolderiek over. En dat is nu juist wat de filmmaker wil voorkomen. Zeker wanneer de toon van de comic bloedserieus is als bij The X-Men. Singer kreeg voor elkaar dat de extravagante outfits toch aannemelijk zijn. Dat hij daarbij goed gekeken heeft naar het coole zwarte leer van The Matrix is niet vreemd. Wolverine mag dan bedenkelijk kijken naar zijn outfit in The X-Men maar op de vraag van Cyclops ‘you prefer yellow spandex?’kan hij ook alleen maar zijn wenkbrauwen fronsen.
Ook de held van deze maand Daredevil is onder handen genomen en draaft op in een rood leren outfit in plaats van rode pyjama. Kingpin is in de strip een blanke reus maar in de film heeft hij de massieve vorm van de zwarte acteur Michael Clarke Duncan gekregen. Bullseye, tenslotte, is meer een lid van een motorbende dan de in een strak donker pakje gehesen bad guy uit de strip.
Voorlopig zullen de komende jaren nog heel superavonturen aan ons voorbij trekken en het is slechts een kwestie van tijd dat ook hierin een verzadigingspunt bereikt wordt. Tot die tijd zwemmen de helden in hoeveelheden dollars die Dagobert Duck jaloers maken.

Constant Hoogenbosch
©Movie Machine 2004

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here