Hirokazu Kore-eda, gevoelsmens achter Our Little Sister (vanaf 17 december in filmhuis en bioscoop)

0
945

Japan is als het gaat om productie van films het derde land op de wereld. Een fractie daarvan bereikt onze doeken. Het is een zegen dat die we binnen die fractie van dat aanzienlijke en rijke aanbod hier doorgaans wel het werk van Hirokazu Kore-eda aantreffen. Met Maboroshi no hikari trok Kore-eda in 1995 internationaal aandacht en bevestigde zijn kunnen drie jaar later met het wonderschone Wandâfuru raifu (1998), hier verschenen als After Life en in 2004 met Dare mo shiranai (2004) ofwel Nobody Knows. Het is zeker niet teveel gezegd wanneer we Kore-eda aanduiden als het boegbeeld van de hedendaagse Japanse film. Met zijn introspectieve en fijnzinnige films vormt hij een belangrijk tegenwicht op de hyperdynamische, visuele bombardementen van collega Miike Takashi, de yakuza epossen van Takeshi Kitano en de wilde wereld van de anime. Interessant is wel dat Kore-eda als filmmaker in toon en aanpak dicht aanligt tegen anime grootmeester Hayao Miyazaki.

In zijn nieuwe film Our Little Sister vertelt Kore-eda het verhaal van drie zussen, die samen in een groot huis wonen. Bij de begrafenis van hun vader, die hen vijftien jaar daarvoor heeft verlaten, ontmoeten de drie voor het eerst hun halfzusje Suzu, dochter uit het tweede huwelijk van hun vader. De drie zussen, die een stuk ouder zijn dan Suzu, voelen meteen een band met het verlegen meisje en besluiten haar liefdevol op te nemen. Voor Suzu een nieuwe stap in haar leven, voor de drie zussen vooral een moment om terug te kijken.

Kore-eda neemt met 128 minuten de tijd voor een integere en subtiele karakterschets, die in de flinterdunne plot nergens grote ups en downs toont. Het verhaal kabbelt geduldig voort, langs de seizoenen en openbaart zich een impressie van het leven en de dagelijkse beslommeringen van de zussen.

Voor Our Little Sister, baseerde Kore-eda zich op een manga van schrijfster Yoshida Akimi, die zich vooral richt op vrouwen. Terwijl hij de manga las was Kore-eda niet echt op zoek naar een nieuw filmproject, maar werd wel gegrepen door het verhaal.

Kore-eda: “Ik ben een groot fan van het werk van schrijfster Yoshida Akimi en las de manga kort nadat hij was gepubliceerd. Toen ik de manga las kwam ik gaandeweg steeds meer tot het besef dat iemand dit verhaal vroeg of laat zou gaan verfilmen. En als dat dat dan zo is, dan wil ik dat graag zijn.”

Wat trok u dan zo aan in het verhaal van Yoshida Akimi?

Kore-eda: “Het was vooral het gegeven van de drie meisjes die door hun ouders in de steek zijn gelaten en vooral dat de drie zussen het meisje in huis nemen dat de dochter is van de vrouw die er mede voor heeft gezorgd dat hun vader hen in de steek liet.”

Dat aspect van kinderen die worden achtergelaten door hun ouders zien we ook terug in uw eerdere Nobody Knows (2004).

Kore-eda: “Klopt, maar daar werd ik mij pas later van bewust.

De originele manga is geschreven als een dagboek. Dat heeft u voor de film verandert.

Kore-eda: “Dat moest wel. Er zitten in de manga heel veel personages waardoor het verhaal alle kanten opwaait en dat is erg moeilijk om allemaal in een film van twee uur te vatten. Ik heb mij daarom meer geconcentreerd op de vier zussen en de stad waarin zij leven.”

Het is de echo van oud zeer en geleden leed die in het heden sporen nalaten. Hirokazu Kore-eda toonde dat eerder in films als After Life en Still Walking. Thema’s als herinneringen (After Life/Still Walking), de dood (Maboroshi no hikari, After Life, Still Walking) en het verwerken van verlies (Maboroshi no hikari, After Life, Still Walking) zien we steeds weer terug in zijn werk. Ook Our Little Sister gaat over mensen die er niet meer zijn, maar ondanks hun afwezigheid nog steeds een stempel drukken op het heden. Wat fascineert hem in die thema’s?

Kore–eda verzinkt in een diep denken: “Het is zeker zo dat ik die thema’s al verschillende keren heb opgepakt. Hier zien we het huis dat heel belangrijk is en een aantal personages die er niet meer zijn: de vader en de moeder, die nog wel even terugkomt. Het is heel belangrijk in mijn films hoe mensen daar mee omgaan. Ze beseffen dat die mensen er niet meer zijn, maar toch ook weer wel. Het nu is niet alleen het nu … het is omgeven door mensen die er niet meer zijn. Dat komt op verschillende manieren terug, zoals in het altaar in huis waar de voorouders worden geëerd. Maar het zit ook in het eten en de pruimenbomen, die voortdurend verwijzen naar wat er zich in vroeger jaren in het gezin heeft afgespeeld. En het zit ook in Suzu. Zij is immers een beeld van haar vader. De drie zussen zien door haar hun vader weer terug. Dat soort thema’s maken de film ook heel rijk denk ik. En doordat Suzu nu ineens deel uitmaakt van het gebroken gezin, wordt de familieband deels weer herstelt. Daar gaat het in families ook voor een aanzienlijk deel om: het komen en gaan van gaten in de familie. In de afgelopen 15 jaar ben ik mijn

vader en moeder verloren, maar ben ook vader geworden. Zo zie je dat we eigenlijk altijd met die processen van komen en gaan bezig zijn. Dat gaat zo van generatie op generatie.”


Kore-eda zwijgt even en gaat dan verder:
“Er was een scene in de film Bakushû (1951, Early Summer) van Yasujirô Ozu waarin Setsuko Hara, die Noriko speelt, in een restaurantje zit met haar buurman. Ze hebben het over haar overleden broer. Dan zegt de buurman dat hij nog een foto heeft van haar overleden broer. Dat is een scene die mij altijd heel erg is bijgebleven en heel veel indruk heeft gemaakt. Want uiteindelijk trouwt Noriko met haar buurman. Ze worden eigenlijk door de overleden broer samengebracht. Ik probeer altijd films te maken met die scene in gedachten.”

Our Little Sister is een heel subtiele film. Hij is rijk aan subtiele details en ondanks de spanningen uit het verleden zijn er nergens echt hoogoplopende conflicten.

Kore-eda:“Dat heeft ook te maken met een soort berusting. De zussen zijn getekend door het verleden, maar laten daardoor het heden niet op zijn kop zetten. De invloed van het verleden zit inderdaad in subtiele details. Het drinken van de pruimenwijn en het eten van de vis verwijst niet zozeer naar het eten zelf, maar naar wat er onder ligt. Waar hebben de zussen het over als ze praten over dat eten en drinken. Niet het eten, maar de familieherinneringen.”

Dat wijst ook op acceptatie van het verleden.

Kore-eda: “Zeker, kijk maar naar de oudste zus. Zij accepteert uiteindelijk haar vader en moeder zoals ze waren en zijn. Dat doet feitelijk ook Suzu, de jongste van het stel.”

Evenals in Nobody Knows heeft u voor Our Little Sister ook weer bijna een heel jaar opgenomen. Alle seizoenen komen voorbij en we zien een heel mooi tijdsverloop. Is dat voor u belangrijk?

Kore-eda: “Jazeker, ik wil het vervliegen van de tijd laten zien, ook in deze film. Daarvoor wilde ik ook alle seizoenen laten zien. We hebben over een periode van tien maanden opgenomen in de lente, de zomer en de winter. Dat zien we overigens ook in de manga en het was de wens van Yoshida Akimi dat we dat intact zouden laten. Dat tijdsverloop speelt ook een belangrijke rol. Er gebeurt eigenlijk niet zo veel in het verhaal en de overgang van de karakters samen met het verstrijken van de seizoenen geeft dan een mooie ontwikkeling weer.”

Films als Nobody Knows, I Wish, Like Father, Like Son en nu ook weer Our Little Sister tonen heel krachtige vertolkingen van jonge acteurs en actrices. Hoe pakt u dat aan, wat geeft voor de doorslag bij de casting?

Kore-eda: “Ik kies doorgaans niet zozeer op uiterlijk, maar wel op persoonlijkheid. Ik sluit zoveel mogelijk aan bij de eigen manier van praten en doen. Ik leg ze zo min mogelijk op, maar ontvang wel graag van ze. Zo behouden ze hun spontaniteit en voelen ze zich zelf ook sneller op hun gemak. En dat levert mooie vertolkingen op.”
De film speelt zich af in het kustplaatsje Kamakura, waar ook Yasujirô Ozu begraven ligt. U wordt vaak vergeleken met Yasujirô Ozu, terwijl u zelf meer affiniteit heeft met Ozu’s tijdgenoot Mikio Naruse en de Britse filmmaker Ken Loach. Ozu en Akira Kurosawa hebben hun hele carrière moeten vechten voor erkenning in Japan en het werk in de filmindustrie wordt niet echt als een eervolle baan gezien.

Hoe is hedendaagse status van een filmregisseur in Japan?

Kore-eda: “Ik denk wel dat iemand die in Japan in de filmwereld werkt een lager aanzien heeft dan in het buitenland, ondanks de toch forse filmindustrie in Japan. Mede daardoor is er van Mizoguchi en Ozu zo weinig overgebleven. Maar ook nu nog is er nog steeds geen Nationale filmacademie in Japan. Ik voel mezelf daar ook wel een beetje verantwoordelijk voor. Dat is wel iets waar echt aan gewerkt moet worden.”

Uw moeder was een groot filmliefhebber. Wat vond zij ervan dat haar zoon de filmwereld inging?


Kore-eda lacht: “Dat vond ze helemaal niet leuk. Ze zag mij liever in een veilige en meer zekere baan als ambtenaar. Maar uiteindelijk was ze wel heel trots op mijn films. Ze gaf videobanden van mijn films aan al onze buren.”

Japan behoort met een productie van ruim zeshonderd films in het afgelopen jaar tot de top 3 van ’s werelds grootste filmlanden en ook nog eens heel internationaal. U zei net al dat er geen echte filmacademie bestaat in Japan. De meeste regisseurs zijn dan ook autodidact. Waar halen zij de kennis en inspiratie vandaan?

Kore-eda: “Films kijken, heel veel films kijken. De bioscoop is voor mij één groot laboratorium. Daarbij ben ik in eerste instantie Tv documentaires gaan maken en heb mijzelf tijdens dat werk opgeleid. En natuurlijk leer je al makende.

Is dat met vallen en opstaan?

Kore-eda: “Zeker!”

Constant Hoogenbosch

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here