London Film Festival report 2

0
95

Transformatie

Als acteur moet je in staat zijn je te veranderen in wie dan ook. Hoe beter je dat kunt, hoe beter je als acteur wordt gewaardeerd. Op het London Film Festival laat Robert Pattinson zien hoe het moet – en hoe het niet moet in twee opmerkelijke films.

The King
Acteurs gebruiken vaak kleding, pruiken of make-up om zich te transformeren. Dat kan helpen om in de rol te komen of in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Zo vertelt The King het verhaal van de Britse koning Henry V en door de acteurs in de kapsels en kleding van die tijd te hijsen, zijn ze al een stap op weg naar hun personages. Hoofdrolspeler Timothee Chalamet zet zijn overgang van losbollerige prins naar serieus staatshoofd ook kracht bij door de schaar in Henry’s weelderige haardos te zetten. Tegenspeler Joel Edgerton gaf zichzelf een volle baard en dito buik om Henry’s maatje Falstaff neer te zetten.
En terwijl deze twee gedaanteverwisselingen zorgen dat de acteurs opgaan in de personages en de kijker in de film, bereikt Robert Pattinson juist het tegendeel. Als de Franse kroonprins spreekt hij met een gruwelijk ‘Allo ‘Allo-accent en gaat hij ook nog eens gebukt onder een blonde pruik waardoor hij lijkt op een van de foute vampieren uit zijn Twilight-films. Het zorgde voor hartelijk gelach in de zaal maar gezien de ernst van de rest van de film, was dat niet de bedoeling. De film vertelt het verhaal heel wat behapbaarder dan Shakespeare het ooit deed en Edgerton heeft als scenarioschrijver zijn eigen personage ook heel wat heldhaftiger gemaakt. Het is hem vergeven; de film doet denken aan Outlaw King, het vorige koningsdrama van Netflix, maar dan zonder sex of (bedoelde) humor.

The Lighthouse
Gelukkig revancheerde Robert Pattinson zich meteen met zijn optreden in The Lighthouse, een film waar in de wandelgangen al veel goeds over werd gezegd. In eerste instantie doet het denken aan oude zwartwit-films uit Rusland, met experimentele geluiden, stemmige beelden en een vage grens tussen waan en werkelijkheid. Maar dan met Pattinson en Willem Dafoe in de hoofdrollen… Het begint vrij simpel: twee mannen worden afgezet op een soort onbewoond eiland met alleen een huisje en een vuurtoren. Hun taak: het licht laten branden en de boel op orde houden. Dat zou misschien saai zijn, ware het niet dat er continu iets te doen is, die mannen elkaar op de zenuwen werken en het groentje van de twee gaat hallucineren. Of niet?
Als die onervaren nieuwkomer gaat Pattinson schuil achter het soort dikke snor dat je normaal op een walrus tegenkomt. En in plaats van lachwekkend geeft het hem iets melancholisch. Hij gooit zich vol overgave in de rol en krijgt uitgebreid de kans om te laten zien dat hij echt kan acteren. Uiteraard help het dat hij tegenover zich Willem Dafoe heeft, die met dit soort bijltjes vaker heeft gekapt en een expressief gezicht heeft dat gemaakt is voor zwartwit. Met twee mindere acteurs zou het een lange zit zijn geweest – hoe indrukwekkend de beelden ook zijn.

Romy van Krieken

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here