London Film Festival report 5: vakmanschap

0
100
The Irishman

Het is natuurlijk leuk om op een festival debuterende makers te ontdekken of producties te zien uit opkomende filmlanden. Maar soms is het ook fijn om gevestigde namen gewoon hun ding te zien doen. En weer eens herinnerd te worden aan hoe goed ze daar in zijn.

The Irishman
Het beste voorbeeld daarvan is deze peperdure Netflix-productie, die zowel voor als achter de camera volgepropt is met mensen die een meester in hun vak zijn. Het lijkt wel of regisseur Martin Scorsese zijn hele adresboek heeft gebeld, want de film zit vol bekende gezichten. Inclusief Al Pacino, die voor het eerst met hem werkt, en veteraan Joe Pesci die hiervoor zijn pensioen op pauze zette. Net als Scorsese doen ze allemaal hun gebruikelijke ding – en niemand die daar over zal klagen, want daar zijn ze steengoed in.
We volgen de carrière van de gangster Frank Sheeran, gespeeld door Robert De Niro (in zijn eerste film met Scorsese sinds Casino uit 1995) in verschillende stadia van zijn leven. Dat kan hij doen door de gebruikelijke ouderdoms-grime en de modernste digitale verjongingseffecten. Dat laatste is het enige nieuwtje aan de film, die verder geen rare fratsen uithaalt maar mensen op de toppen van hun kunnen laat zien.
Ondanks de lengte van 3,5 uur blijf je geboeid kijken naar al dit talent. Er is duidelijk een fiks budget tegenaan gegooid en we snappen dat Netflix het er voor over had. Dit is een masterclass in acteren, regisseren en films maken in het algemeen. Het is goed dat deze film ook in de bioscoop te zien zal zijn, want daar hoort hij thuis.

Le Mans ’66
Hoewel de cast en crew van dit racedrama minder jaren op de teller heeft staan, zijn ze even bedreven in doen waar ze goed in zijn. En dat geldt ook voor hun personages. Het is altijd indrukwekkend om films te zien die zich afspelen in het verleden om te zien in wat voor auto’s er vroeger werd geraced en met welke snelheden. Je moest wel gek zijn – of heel gedreven – om dat te doen. Christian Bale, intens als altijd, weet die passie goed over te brengen. Net zoals Matt Damon, meneer laconiek zelve, een mooie tegenhanger biedt met de nodige oneliners. Ze spelen twee coureurs die samen een auto bouwen voor Ford om het in het racecircuit op te nemen tegen de machtige Ferrari.
De racescènes worden zelfs voor leken enerverend in beeld gebracht en middels het gezin van coureur Ken Miles (Bale)wordt op een sierlijke manier kennis gedeeld over de sport, de risicio’s en het circuit van Le Mans waar uiteraard de climax plaatsvindt. Regisseur James Mangold weet er ook op een vloeiende manier de nodige humor, drama en romantiek doorheen te strooien zodat iedereen van deze film kan genieten. Het centrale bromance-koppel steelt de show en maakt duidelijk wie de echte helden zijn. Niet de marketing-managers die alleen aan de verkoopcijfers denken, maar de mafkezen die in de auto stappen en alleen op de kilometerteller letten.

Romy van Krieken

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here